Hellevoetsluis

Hellevoetsluis is niet alleen een vestingstad, maar ook de voormalige thuishaven van de Hollandse oorlogsvloot met belangrijke admiraals als Michiel Adriaenszoon de Ruyter, Maarten Harpertszoon Tromp en Piet Pieterszoon Heyn. De laatste werd beroemd door de verovering van de Spaanse zilvervloot in 1628. De vesting Hellevoetsluis was in die tijd een belangrijke havenstad, dat voortduurde tot in de 19de eeuw. In de jaren dertig van de vorige eeuw vond de Nederlandse oorlogsvloot een nieuwe thuishaven: Den Helder. In 1830 werd het Kanaal door Voorne aangelegd, van Hellevoetsluis richting Heenvliet, om Rotterdam een betere verbinding te geven van en naar de Noordzee. Omdat het zeilschepen werden vervangen door grotere stoomschepen werd het kanaal, dat gegraven werd in opdracht van Willem III, te ondiep en te smal. Na het graven van de Nieuwe Waterweg was het helemaal gebeurd met het kanaal. In Hellevoetsluis loopt een winkelcentrum haaks daarover heen. Van 1783 tot 1797 was Hellevoetsluis thuishaven van het zeilschip de Delft. Het 63 meter lange zeilschip wordt nagebouwd op een scheepswerf in Delfshaven, dat zoals je weet in Rotterdam ligt. Na de Tweede Wereldoorlog is het aantal inwoners van Hellevoetsluis weer toegenomen: de gemeente telt bijna 40.000 inwoners.


Vervolgen