Luchtbeschermingsdienst opgericht

Burgemeester mr. N. Vernède maakte op 12 oktober 1938 bekend dat er in de week daarop een verduisteringsoefening zou worden gehouden. Het betrof een oefening tot bescherming bij luchtaanvallen, waarbij op loyale medewerking van de Rozenburgse bevolking werd gerekend. Zij deden in meerderheid al het mogelijke om deze proef te doen slagen. Op die bewuste avond werd tussen zeven- en acht uur de straatverlichting uitgeschakeld. Door leden van de Alarmeringsdienst en de plaatselijke Burgerwacht werd langs de huizen gecontroleerd. Werd er ergens licht waargenomen dan werd er bij de bewoners op aangedrongen op verbetering van de verduistering. Fietsers moesten die avond zonder licht rijden en niet naast elkaar, maar achter elkaar fietsen. De koplampen van auto’s moesten met blauw papier worden verduisterd. Na opmerkingen van de patrouilleleden kon geconstateerd worden dat de eerste verduisteringsproef geslaagd was.

 

De Westlander van 9 februari 1939: "De onlangs opgerichte afdeling der Vereniging voor Luchtbescherming hield dinsdag 6 februari haar eerste vergadering in het Lokaal voor Christelijke Belangen. De heer A. Vermeer, voorzitter van het voorlopig bestuur, memoreerde het grote succes bij de oprichting van de afdeling Rozenburg. Het voorlopig bestuur werd deze avond definitief: A. Vermeer, L.N. van Exel, J. Mol, D. Ardon en Ad. Barendregt. De burgemeester werd benoemd tot erevoorzitter. 

 

Het lid G. Kleijwegt hield een inleiding over collectieve veiligheid". Het hoofd van de plaatselijke Luchtbeschermingsdienst, S.C. van Helden en diens plaatsvervanger L.N. van Exel, deden al in oktober 1937 een oproep in De Westlander. In deze aansporing, gericht aan de Rozenburgse bevolking, riepen zij op tot het tot standkomen van een aantal dienstverleningen. 

Het bericht eindigde als volgt: "Nu reeds berekend te zijn voor een taak die ons in oorlogstijd opgelegd zou kunnen worden, geeft thans de voldoening door de gedachte dat we gedaan hebben wat we konden doen. En in oorlogstijd een zeker vertrouwen, dat we enigszins berekend zijn voor de ons dan aangewezen taak".

 

Dat het oprichten van deze diensten niet overbodig was, bleek uit een aantal aangespoelde projectielen op het strand van Rozenburg. Die waren meestal van Brits fabrikaat waarvan men vermoedde dat deze afkomstig waren van oefeningen die de Royal Air Force (RAF) boven de Noordzee hield. Per 4 december 1939 heeft S.C. van Helden wegens drukke werkzaamheden bedankt als hoofd van de plaatselijke Luchtbeschermingsdienst. Hij wordt opgevolgd door gemeenteveldwachter J.R. Hardebol.

 

Burgemeesterswisseling

Burgemeester mr. Vernède werd op 1 maart 1939 benoemd tot burgemeester van Zoetermeer-Zegwaart. Voor vrijwel iedereen kwam dit bericht als een volslagen verrassing, omdat Vernède op 1 februari weer voor een periode van zes jaar was herbenoemd. In de raadsvergadering van 24 februari van dat jaar vond het afscheid plaats. Daarmee kwam een einde aan een ruim zes jaar durende ambtsperiode en vertrok de burgemeester die Rozenburg door de crisisperiode loodste.

Jonkheer Louis Gérard Just de la Paisières, geboren op 28 juni 1903 in Den Haag, werd op 20 april 1939 tot burgemeester van de gemeente Rozenburg benoemd. Na zijn studie werkte hij bij de gemeente-administratie te Voorschoten. Daarna volgden de secretarie van Kuinre en Blankenham in Overijssel en vanaf mei 1933 Vlaardinger-Ambacht. Jonkheer Just de la Paisières trad op 1 oktober 1938 als commies 1e klasse in dienst van de gemeente ‘s Gravenzande.

Het telegram waarin zijn benoeming tot burgemeester van Rozenburg was vermeld, werd door hem geopend in de veronderstelling dat het zijn oproep voor het Leger betrof. Just de la Paisières was namelijk reserve-luitenant der Artillerie, dus die gedachte was begrijpelijk. Zijn benoeming tot burgemeester hield in dat hij deze rang moest opgeven.

De installatie vond plaats op 22 april en hoewel de weersomstandigheden niet meewerkten, viel de nieuwe burgemeester een warm onthaal ten deel. Nadat gemeente-ontvanger A.P. de Weijer het Koninklijk Besluit, waarbij jonkheer Just de la Paisières tot burgemeester van Rozenburg benoemd werd, had voorgelezen, kreeg hij de ambtsketen omgehangen en werd de voorzittershamer overhandigd. Rozenburg had een nieuwe burgemeester. Uit de rede die hij na zijn installatie uitsprak: "Mijn ambtsvoorganger aanvaardde het burgemeesterschap in deze gemeente in zorgvolle tijden. Bij mijn ambtsaanvaarding thans zijn de tijdsomstandigheden niet minder zorgvol en somber."

 

Op 22 april 1939 werd jonkheer Louis Gérard Just de la Paisières tot burgemeester van Rozenburg geïnstalleerd. 

Zittend van links naar rechts: jonkheer A.H. Just de la Paisières, mevrouw Vervooren, loco-burgemeester P. van Dam, burgemeester jonkheer L.G. Just de la Paisières, douairière P.J. Just de la Paisières-Vervooren, wethouder C.M. Verheul en jonkvrouw M.E. Just de la Paisières. Staande eerst vijf raadsleden: S.C. van Helden, J. van Riel, H. Barendregt, L. Gille en J. Goedendorp. Vervolgens: 1e ambtenaar K. Roodnat; L.J. van Dam, hoofd distributiedienst en E.Vervooren. Achterste rij: gemeenteontvanger A.P. de Weijer; gemeenteveldwachter J.R. Hardebol; volontair S. Voorberg; wachtmeester der Marechaussee G. Heijndijk en L. de Ronde gemeentewerkman. 

Foto: Gemeentearchief Rozenburg.

 

Mobilisatie

Bij het oplopen van de spanningen in Europa trof de regering op dinsdag 22 augustus 1939 de eerste aanvullende voorzorgsmaatregelen. Een deel van de kleine verloven werd ingetrokken. De grensbataljons kregen opdracht de oorlogsstellingen in te nemen. Na de ministerraad op 24 augustus besloot de regering over te gaan tot voormobilisatie. Dat hield in dat ongeveer 50.000 grootverlofgangers werden opgeroepen. Gemeentesecretarieën, posterijen en de spoorwegen kregen handen vol werk. Beladen met koffers zag men in het land de opgeroepen militairen naar de NS-stations gaan om naar hun mobilisatie bestemming te reizen.

Cornelis Louwen, geboren op 9 september 1904 en gehuwd met Brat Degeling, was kennelijk nog jong genoeg om tijdens de voormobilisatie te worden opgeroepen. Zijn dienstspullen werden uit de mottenballen gehaald en Kees, vader van vier kinderen, ging als grenadier naar zijn onderdeel dat in Werkendam gelegerd was.

 

De eerste algemene mobilisatiedag was op dinsdag 29 augustus 1939. Deze werd afgekondigd via radio, pers en door aanplakbiljetten. Het betrof de lichtingen 1924 t/m 1938, lichting 1939 was al paraat. Meer dan 150.000 militairen reisden binnen enkele dagen naar kazernes en legerplaatsen door heel het land. Bijna 500 treinen moesten dit gigantische karwei klaren.

 

Bijna 500 treinen werden ingezet.

Foto: Collectie Legermuseum Delft.

 

Nog eens 60 goederentreinen werden ingezet om de 14.000 paarden te vervoeren, die voor de Koninklijke Landmacht gevorderd waren. Enkele dagen later zou men nog eens 16.000 paarden vorderen. Van een normaal reizigersvervoer tijdens deze ongewone dagen kon geen sprake kon zijn, dit kwam grotendeels te vervallen. Eind augustus bevonden zich ongeveer 250.000 Nederlanders onder de wapenen. Voor de legering van de militairen werden gebouwen gevorderd en noodvoorzieningen getroffen. Alle benodigde legergoederen, voor zover die voorradig waren, werden naar de verschillende legereenheden getransporteerd. De regering gaf een neutraliteitsverklaring uit en kondigde voor het land de staat van oorlog af. De Koninklijke Marine was intussen bezig met het leggen van mijnen voor de kust en het bewaken van de grote waterwegen.

Volgende