Onderscheidingen toegekend

Onderscheidingen van luitenant Theunissen.

Via H.G. Meijer.

 

Bij Koninklijk Besluit van 9 mei 1946 werd postuum het Bronzen Kruis en het Oorlogsherinnerings Kruis met de gesp ‘Nederland mei 1940’ toegekend aan Willem Lodewijk Marie Theunissen. Louis Willem de Winter ontving postuum het Bronzen Kruis. Beide militairen sneuvelden op 10 mei 1940 tijdens het vuurgevecht in de Noordbankpolder.

 

Op 7 oktober 1948 ontving Krijn Luijendijk uit handen 

van koningin Juliana het Bronzen Kruis.

Foto: T. Bielfeldt- Grande.

 

Bij Koninklijk Besluit werd op 11 augustus 1948 het Bronzen Kruis toegekend aan hoofdofficier-vlieger 2e klasse Leendert Adrianus Hendrikus Rombeek; adjudant onderofficier-vlieger Gerrit Hendrik Bakker en de sergeant-telegrafist Krijn Luijendijk. De motivatie voor sergeant Luijendijk luidde: "Heeft zich door moedig optreden tegenover de vijand onderscheiden, door zich op 10 mei 1940 als luchtschutter van het watervliegtuig R.2, dat tengevolge van ‘s vijands vuur een noodlanding moest maken op de zuidoever van de Nieuwe Waterweg op het eiland Rozenburg, na deze noodlanding de strijd tegen de vijand te land voort te zetten. In het bijzonder door, toen twee vijandelijke transportvliegtuigen bemand met luchtlandingstroepen aldaar landden, onder vuur van deze luchtlandingstroepen de R.2 in brand te steken."

 

Prins Bernhard speldt de onderscheiding op

 bij Ben Smeele.

Foto: J.M.J. Smeele-Wubben.

 

Bij Koninklijk Besluit van 20 maart 1950 werd aan Bernardus Johannes Anthonius Smeele, voormalig commandant 3-II-39 R.I., het Kruis van Verdienste toegekend. Deze onderscheiding voor moedig en beleidvol optreden in verband met vijandelijke acties in de meidagen van 1940, werd door prins Bernhard aan Smeele uitgereikt. Smeele werd geboren op 22 december 1896 in Delft. Hij overleed op 12 januari 1959 in Rijswijk.

 

Voor zijn moedig optreden tijdens het vuurgevecht in de Noordbankpolder op 10 mei 1940, werd Johannes Germanus Jozef Lakerveld bij Koninklijk Besluit van 20 maart 1950 onderscheiden met het Bronzen Kruis. Lakerveld werd geboren op 27 april 1904 in Rotterdam. Hij overleed op 5 september 1963 in zijn geboortestad.

 

Aan Gerrit Jan Wilpshaar, zwaar gewond bij het vuurgevecht in de Noordbankpolder, werd op 18 juli 1991 het Draaginsigne Gewonden toegekend. Bij Koninklijk Besluit van 1 oktober 1992 ontving Wilpshaar, bij beschikking van de minister van Defensie van 19 juni 1998, het Mobilisatie Oorlogskruis. Wilpshaar overleed op 2 juni 2007 op de leeftijd van 95 jaar.

 

Berging Halifax bommenwerper

In de omgeving van de Gulf Oil raffinaderij in Europoort werd op 17 augustus 1967 de Halifax bommenwerper geborgen, die in de nacht van 24 op 25 juni 1943 bij de Zuiddijk was neergestort. Voor de berging werd personeel van de Koninklijke Luchtmacht ingezet. Deze troffen in het wrak 56 fosforbommen aan. Bovendien werden twee zware brisantbommen van elk 1000 pond gelokaliseerd. Voor de verwijdering van de bommen werd de omgeving enige tijd ontruimd. Bij de op enige afstand gelegen olietanks van de raffinaderij werden de nodige voorzorgsmaatregelen getroffen. De Explosieven Opruimingsdienst verwijderde van beide bommen de ontsteking, waarna de projectielen naar de vliegbasis Gilze-Rijen werden overgebracht.

 

 

Berging van de Halifax bommenwerper in Europoort.

Foto's: G.J. Zwanenburg.

 

Van de zevenkoppige bemanning van de Halifax werden er destijds twee krijgsgevangen genomen, de stoffelijke resten van twee vliegers werden ter aarde besteld op de Algemene Begraafplaats Crooswijk in Rotterdam en drie bemanningsleden werden vermist. Van de vermiste bemanningsleden heeft men tijdens de berging de stoffelijke resten gevonden van luitenant Somers en van sergeant Walton. Ze werden op de Canadian War Cemetery te Groesbeek begraven.

Het stoffelijk overschot van sergeant Ashby werd niet aangetroffen in het wrak. De naam van de sergeant staat vermeld op een van de zuilen van de galerijen van het Air Force Memorial te Runnymede aan de Theems, even ten zuiden van Londen. Hierop komen de namen voor van meer dan 20.000 RAF vliegers die een naamloos graf vonden.

 

Het plan Europoort

Na de oorlog is Rotterdam de motor waarop de Nederlandse economie wordt voortgestuwd. De havencapaciteit moet groter worden. Zo ontstond in 1947 het Botlekplan, het omvat een gebied op de oostpunt van het eiland Rozenburg en een driehoekig gebied tussen de Oude Maas en de Botlek ten noorden van een al bestaand stuk Hartelkanaal en behorend tot het eiland Voorne-Putten. Tien jaar later blijkt de Botlek te klein en kijkt men verder richting zee. In 1957 gaat de gemeenteraad van Rotterdam akkoord met een groots plan: het plan Europoort, waarvan het eiland Rozenburg deel uitmaakt.

 

Voor de verwezenlijking van dat plan werd op dinsdag 23 december 1958 om één minuut over drie de 30 meter hoge vuurleidingsbunker op de Beer in drie seconden met springstof geveld. Met een kraanwagen had men eerst de zes ton wegende koepel naar beneden gehaald om de nog bijna intact zijnde afstandsmeter te sparen. Ongeveer 45 ton aan onderdelen, waaronder de bepantseringplaten, werden uit de koepel gesloopt.

   

Tot 1962 heeft de gemeente Rotterdam voor de opbouw van Europoort alle gewapend 

beton constructies op de Beer laten opblazen. 

 

Het puin werd gebruikt voor laad- en loswallen 

van de nieuwe havens in dit gebied.

 

Voor de kust wordt de Maasvlakte opgespoten. In de lengte van het eiland worden twee kanalen gegraven: het Calandkanaal en het Hartelkanaal. Een aantal petroleumhavens vormen samen het Calandkanaal dat eindigt in de Brittanniëhaven. Het Hartelkanaal vormt de verbinding tussen de Maasvlakte en de Oude Maas. De vrijgekomen bagger wordt gebruikt om het eiland vijf meter op te hogen. In minder dan tien jaar heeft dit alles zijn beslag gekregen. De nieuwe industrie trekt duizenden mensen aan en voor die nieuwe bewoners moeten huizen gebouwd worden. Het dorp Rozenburg stevent af op 15.000 inwoners.

 

Voor diezelfde industrie moeten ook huizen afgebroken worden. Tegen beter weten in hoopt men in Blankenburg dat het zo’n vaart niet zal lopen. Weliswaar betekent de vestiging van de scheepswerf Verolme de eerste stap in de Boschpolder, maar het meeste geweld blijft op grote afstand. In 1958 begint het werk aan de westpunt van het eiland, vijftien kilometer verwijderd van Blankenburg. Twee jaar later is het zover. Op 23 november 1960 vinden de bewoners een brief op de mat waarin de gemeente Rotterdam aankondigt dat zij zullen worden onteigend. Vijf jaar later, op 13 november 1965, verlaten de laatste inwoners hun huis in Blankenburg.

 

De smederij van Moree in Blankenburg.

Afbeelding: Jan Moree.

Naar hoofdmenu