Radar Würzburg-Riese

In het vestinggebied Hoek van Holland werd door de Kriegsmarine negen radarapparaten ingezet. Het had als doelstelling het vroegtijdig waarnemen van geallieerde schepen of vliegtuigen. De rijkwijdte van het apparaat was echter beperkt. De vergroting van de rijkwijdte werd verkregen door de radarzender te koppelen aan een grote schotelantenne met een diameter van 7,5 meter. Dit was de Würzburg-Riese. Ze wogen 15 ton en vereisten een bediening van zes man.

 

De Würzburgradarpost op de Beer.

Foto: Stichting Nederlands Kustverdedigingsmuseum Fort aan den Hoek van Holland.

 

Op de commandopost van de voormalige Nederlandse batterij VIII werd ter ondersteuning van de vuurleiding van batterij Rozenburg een Würzburg-Riese geplaatst. Daarvoor werd de commandopost ingrijpend verbouwd. Zo werden de vertrekken en de toegangsopening van de klimkoker dichtgemetseld en volgestort met beton. Er werd een nieuwe toegangsopening gemaakt, die uitkwam op de eerste verdieping. Op de dekking werd in maart 1944 een sokkel van gewapend beton gestort. In mei was het apparaat al voor een groot deel geplaatst door een montageploeg.

 

Spionage in het vestinggebied

De spionage in het vestinggebied Hoek van Holland bestond uit het in kaart brengen van Duitse versterkingen. Bovendien moest men de aanwezigheid van de Duitse legeronderdelen doorgeven. Een middel was het noteren van de nummerborden van legervoertuigen.

 

Adriaan van Mastrigt, Vereeniging 1930, Zuid-Afrika: "In Hoek van Holland maakte ik deel uit van een verzetsgroep. Het in kaart brengen van bunkers op de Beer was een van mijn taken. Om aan informatie te komen nam ik contact op met mannen uit Hoek van Holland die bij de bunkerbouw op de Beer werkzaam waren. Eén daarvan, die ik heel goed kende, heeft mij geholpen om een situatieschets te maken van de posities en het soort kustgeschut. Zelf ben ik daarvoor ook naar de Beer geweest. Om daar te kunnen komen moest ik een stempel op mijn ausweis zien te krijgen. Daar ik voor het waterleidingbedrijf werkte zei ik tegen de dienstdoende Duitser dat ik werkzaamheden moest verrichten op de Beer. Die wist kennelijk niet dat daar geen waterleiding was. Op een dag werd ik door twee Duitsers betrapt, maar ik slaagde erin om aan hen te ontkomen. Het leek me wijzer om vanaf die dag mijn gezicht niet meer op de Beer te vertonen."

 

Tekening van de Sectie V van het aHK-OD.

Collectie: J. Prooi.

 

Ook de Sectie V van het AHK-OD, een instantie die actief was op het gebied van technische spionage, verzamelde gegevens over Vesting de Beer. De tekeningen die door deze groep naar Londen werden gesmokkeld, behoorden tot de beste die ooit door een verzetsgroep of inlichtingengroep werden gemaakt. De tekeningen droegen als codeteken een bloem (margriet), molen of vlag, (1943-1944), later een kroon (1945).

 

Leendert Valstar.

 

Bij Leendert Valstar, een tuinder uit Naaldwijk die toplid was van de Landelijke Knok Ploeg (LKP), werden de gegevens verzameld, waarna hij ze doorspeelde aan contactpersonen van de groep Albrecht en aan de Orde Dienst in Rotterdam. De groep Albrecht heeft voortreffelijk werk verricht dat voor de geallieerde oorlogvoering bijzonder nuttig is geweest. De groep heeft haar werk vastgelegd in 2.065 rapporten, bestaande uit 2579 bladzijden, verduidelijkt met 250 schetsen. Verzetsmensen uit Honselersdijk die zich bezig hielden met spionage binnen de Vesting Hoek van Holland kwamen in contact met de jeugdige oberfeldwebel Eugen Düringer. Na hem voorzichtig gepolst te hebben bleek hij een fel anti-nazi te zijn. 

 

 Door zijn werk op de schreibstube werd hij leverancier van alle noodzakelijke papieren. Hij stal een stafkaart van de vesting, een waardevol document waarvan maar enkele exemplaren aanwezig waren. Daarbij leverde hij uitvoerige gegevens over de betekenis van alle tekens op deze kaart. Het Verzet kwam precies te weten hoeveel bunkers er waren, de afmetingen, welk geschut er stond opgesteld en hoe groot de munitievoorraden waren. Ook van de afzonderlijke versterkte punten leverde Joop, zoals hij door het Verzet werd genoemd, schetstekeningen. 

Door zijn overplaatsing naar de Beer maakte Düringer kennis met jachtopzichter Pols. Door de komst van deze Duitser kon Pols aantekeningen maken van de militaire situatie op dit zwaar verdedigde deel van het eiland Rozenburg. De Rozenburgse wachtmeester der Marechaussee Heijndijk was ook bij deze zaak betrokken. Hij bewaarde de verzamelde gegevens in zijn woning achter een schilderij.

 

Luchtfoto van de Beer.

De foto is genomen vanuit een Spitfire van het 541e Squadron van de RAF.

Collectie J. Prooi.

 

Natuurgebied De Beer.

Olieverfschilderij: J.T. Prooi.

 

Gedwongen vertrek burgemeester

Burgemeester Just de la Paisières werd op 14 augustus door de bezetter uit zijn ambt op Rozenburg ontheven. Hij werd overgeplaatst naar Nootdorp waar hij werd belast met de waarneming van zaken van de burgemeester van die gemeente. De anti-Duitse houding van de burgemeester van Rozenburg en het streven van de NSB om vanuit eigen gelederen personen als burgemeester aan te stellen was de oorzaak van zijn vertrek. Dat deze houding van de burgemeester van Rozenburg bekend was, blijkt uit een bewaard gebleven stuk van Mussert’s (Anton Mussert, oprichter en leider van de NSB) gemachtigde in Zuid-Holland, die voor het hoofdkwartier de nodige gegevens moest verzamelen over anti-burgemeesters in deze provincie. In de zomer van 1942 kwam deze gemachtigde tot de conclusie dat Just de la Paisières fel anti-Duits en anti-NSB was. 

 

Archief gemeente Rozenburg.

 

Rozenburg kwam begin september onder bestuurlijke leiding te staan van de NSB’er G.M.C. Ort, die burgemeester van Maassluis was. Een merkwaardig voorval maakte een einde aan zijn leven. Ort werd op 25 mei 1943 in zijn woning in Maassluis doodgeschoten. Die avond zat hij samen met de Ortscommandant zich te bedrinken. Vervolgens wilde hij in dronken toestand de slaapkamer van zijn vrouw ingaan. De Ortscommandant stond dit echter niet toe en zette een schildwacht voor de deur van de slaapkamer. De burgemeester nam dit niet, haalde een revolver en wilde toch naar binnen. Waarop de schildwacht hem doodschoot. Of de Ortscommandant zich binnen of buiten de slaapkamer bevond, vermeldt de historie niet.

 

Op 30 juni van hetzelfde jaar werd de NSB’er B.J.H. ten Dam benoemd tot burgemeester van Maassluis en Rozenburg. Ten Dam, gehuwd, woonde in Waddinxveen en was ambtenaar ter secretarie en chef van het kabinet van de burgemeester van Gouda. Tot aan de bevrijding was Ten Dam burgemeester. Op 49-jarige leeftijd overleed hij op 4 mei 1946 te Vlaardingen.

 

Naar hoofdstuk 7 van 10

Naar hoofdmenu